Dat drink je toch niet!

Samen met een aantal vrienden, heeft mijn man sinds kort een nieuwe hobby. Mijn man brouwt sinds kort zijn eigen bier.

Je kunt je mijn enthousiasme en reactie over deze hobby vast en zeker wel voorstellen. In het kort; ik ben er niet blij mee.

Maar dat weerhield de heren helaas niet en in goed overleg staat er nu een vat net geproduceerd bier te pruttelen in onze serre.

Het is een interessante waarneming en dit vinden onze kinderen dan ook. Nieuwsgierig vragen ze aan papa waarom het vat zo hard aan het pruttelen is dat de deksel er bijna af valt.

Mijn man verteld dat er in het vat beestjes zitten die suiker opeten en als hun buikjes weer vol zijn, dit in het vat uitpoepen, waardoor er bier ontstaat.

Nu kun je wellicht voorstellen dat ik opeens niet meer zo negatief over hun hobby dacht.

Want met die uitdrukking op hun gezicht, weet ik zeker dat ze nooit bier zullen gaan drinken.

Advertisements

Met een stalen gezicht

“Zou je daar alsjeblieft mee willen stoppen?” Vraagt mijn man aan onze zoon die met het bekertje van zijn voormalig ijsje aan het spelen is.

Onze zoon balanceert het bekertje op de lepel om er vervolgens een draai aan te willen geven. Maar net als hij wilt luisteren naar de woorden die zijn vader zojuist heeft gezegd, schiet het bekertje weg. Hij vliegt, stuitert en valt uiteindelijk met een spetterende spin op de grond.

Ik probeer mijn lachen in te houden, maar onze zoon en dochter houden zich natuurlijk niet in.

“Vinden jullie dit grappig?!” Roept mijn man nu boven het lachen uit. De kinderen schrikken en zijn meteen stil. “Zien jullie papa of mama soms lachen?” Gaat hij verder, maar hij maakt de grote fout om mij recht aan te kijken.

Gelijktijdig schieten wij nu ook in de lach en de kinderen lachen weer vrolijk mee.

Er komt vast nog wel een moment om een consequente ouder te zijn.

Erg, erger, ergst

Mijn dochter is er eentje met een handleiding. Een handleiding waar je zelfs fluwelen handschoenen bij aan moet trekken.

Mijn vader geeft zelfs nog wel eens aan: “Erg, erger, ergst.” Daarmee duid hij op mijn moeder, mijn dochter en mij. Raad maar eens wie het ergst van ons drie is.

Zojuist had ik weer de intentie om even echt samen met haar te zijn. Ze speelde in haar keuken en ik ging aan de tafel zitten waar ze al het eten dat klaar was neerzette.

Met een woeste blik keek ze mij aan. Ze zei geen woord, maar draaide zich om en rende weg. Ik vond haar terug op de bank met nog steeds die woeste blik in haar ogen en ik wist meteen wat mij te doen stond.

Mij aan pap en mam verontschuldigen hoe zwaar ze het vroeger wel niet met mij hebben gehad.

Loedermoeder

De laatste zonnestralen schijnen door het raam naar binnen. Ik hoor de kinderen uit de buurt vrolijk buiten spelen. Maar de mijne willen dat niet.

Ik trek zachtjes de deur dicht. De jaloezie├źn voor het raam gaan ook dicht en ik probeer het verder zo stil en donker mogelijk te maken.

Verbaasd kijken mijn kinderen toe hoe ik de tablet op de grond neerzet en twee luchtbedden met ingebouwd dekentje opblaas.

“Wat ga je doen mama?” Vragen mijn kinderen. Maar het duurt niet lang voordat ze snappen wat de bedoeling hiervan is.

Het is even tijd om een loedermoeder te zijn.

Dat had je gedacht

Het blijkt een bijna onmogelijke taak te zijn. Mijn kinderen schoonhouden voor langer dan tien minuten.

Dat ze een vies snoetje krijgen van een boterham met pasta lijkt me voor de hand liggend. Ook als ik zie hoe mijn dochter aanvalt op een bord spaghetti. Dan weet ik bij voorbaat dat er drie washandjes aan te pas komen om de saus niet alleen van haar handen en snoetje, maar ook uit haar haren te krijgen.

Als mijn zoon buiten in de tuin gaat spelen weet ik ook dat er standaard een lading zand en blaadjes op hem geplakt blijven. Tevens kan mijn zoon, net als ik, niet verven of kleuren zonder zelf mee gekleurd te worden.

Daarom plannen we de douchemomenten ook zorgvuldig later op de dag in. Want als ze nog een beetje met de auto’s of de bouwblokken spelen, zullen ze toch echt niet meer vies worden?

Dat had je gedacht. Het zijn nog altijd mijn kinderen.

Kusje erop!

Je kent ze vast wel. De verzachtende woorden die je tegen je kinderen zegt als ze zich net pijn hebben gedaan.

“Rustig maar, er is niks aan de hand.” “Hier een kusje, dan trekt de pijn zo weg.”

Ik zeg deze woorden regelmatig. Soms met succes en de pijn is snel weer over, soms zeggen mijn kinderen in vriendelijke kindertaal dat ik de pot op kan.

Tenminste dat denk ik. Want dat is precies wat ik nu denk nu mijn kinderen deze lieve troostende woorden tegen mij zeggen nadat ik zojuist van de trap af ben gedonderd.

Schoon de deur uit

Voor mijn neus ligt het heerlijke avondeten dat ik een kwartier geleden had besteld. Het smaakt nog altijd heerlijk, maar toch kan ik er niet meer zo van genieten als eigenlijk de bedoeling is.

Ik heb mij een hele poos verheugd op dit avondje uit met mijn vriendin. Zodanig dat ik een half uur voor de kast heb gestaan om uit te zoeken wat ik aan zou trekken en ook weer op youtube de make-up tutorials erbij heb genomen.

Mijn haren zitten strak in een knot gedraaid, aangezien ik niet met mijn haren los netjes kan eten.

Maar ach, wie houd ik voor de gek. Zoals nu blijkt, met een grote rode sausvlek op mijn witte truitje, maakt het niet uit hoe ik mijn haren draag. Netjes eten kan ik toch niet.