Snoterbel!

image

“Snoterbel! Mama ik heb een snoterbel!” Hij zegt het nu voor de tweedde keer, dus dan zal het ook echt serieus zijn.

Zuchtend zet ik de duowagen op de rem. We waren net halverwege de berg en aangezien mijn zoon het wandelen al snel voor gezien hield, was het aan mij de eer om een kleine dertig kilo de berg op te duwen. Natuurlijk moet deze uitdaging dan ook worden onderbroken worden door een snoterbel.

Ik loop om de wagen heen om de ernst van de zaak te bekijken en inderdaad bungelen er vier snoterbellen in volle glorie onder de neuzen van mijn zoon en dochter.
Om de schade te beperken rits ik snel mijn tas open om mijn zakdoek eruit te vissen. De zakdoek die schijnbaar nog altijd thuis klaar ligt op tafel, maar helaas niet in nijn tas.

Ik zoek verder in mijn tas en in de wagen naar iets wat ik als alternatief kan gebruiken, maar het zoeken blijkt tevergeefs. Tot ik mij herinner dat ik mijn sjaal omheb.

Advertisements

Haastige spoed, zelden goed.

image

“Gaan we een stukje wandelen?”
Ik heb mijn zin nog niet af, of mijn zoon staat al bij de deur te trappelen.
Ik kan de woorden “schoentjes! Jasje! Lopen!” in zijn gegil onderscheiden, dus ik denk dat mijn idee wel in de smaak valt.

Terwijl ik hem zijn schoenen aantrek, probeert mijn zoon in de tussentijd zijn jas aan te trekken. 
Het gaat hem dus allemaal niet snel genoeg.

Als we, naar zijn idee, eindelijk buiten zijn, laat ik hem bepalen waar we heen gaan. 
“Auto’s kijken” roept hij luidt en we lopen dus richting het viaduct van de snelweg. 
We zijn de hoek van onze straat net om en mijn zoon blijft een beetje verdwaasd achter mij lopen.
Vreemd, want meestal rent hij voor ons de straat al uit.  

We lopen nog een stukje door, maar uiteindelijk houdt mijn zoon het niet meer uit en begint te brullen van de pijn.
Hij wijst naar zijn voeten en ik snap eindelijk wat er mis is. Zijn schoentjes zitten verkeerd om.

Naar de huisarts

image

Het is nog rustig in de wachtruimte bij onze huisarts. Alleen een ouder koppel zit te wachten tot ze aan de beurt zijn.

Ik neem plaats en mijn dochter begint meteen tegen de oudere man te kirren. Ze vindt de aandacht geweldig, maar al snel wordt het stel weg geroepen. Mooi, dan zijn ook wij hier snel weer weg.

Na ongeveer tien minuten zie ik het stel mijn dochter nog door de raam gedag zwaaien. Haar aandacht ligt nu echter bij de rammelaar die kapot moet.

Na ongeveer twintig minuten wachten is ze daar ook daadwerkelijk in geslaagd en trekt ze met haar gemopper behoorlijk de aandacht van het inmiddels groeiend aantal wachtende mensen.

Als er meer als een half uur is verstreken mopper ik sarcastisch tegen mijn dochter terug. “Als je begint met huilen, zijn we misschien eerder aan de beurt.”

Schijnbaar weet mijn dochter dus nog niet wat sarcasme inhoudt.

Mijn dappere jongen

image

Langzaam zet hij zijn eerste stap op de mat van het gigantische speeltoestel. Het is een walhalla voor peuters en dan natuurlijk ook voor hun ouders.

Een paar kinderen gaan voor hem uit en hij volgt hen dapper de gekleurde trap omhoog. Mijn moeder en ik kijken toe hoe hij zich lachend tussen de andere kinderen begeeft.

Trots roept hij ons om te laten zien dat hij door de obstakels heen helemaal naar boven is geklommen. De andere kinderen komen nu achter elkaar de glijbaan af, nu mijn zoon nog.

Ik zie dat hij twijfelt en begin hem aan te moedigen. Hoe meer ik dit doe, hoe angstiger hij kijkt. De glijbaan is dus afgeschreven. Dan maar achterstevoren de trap af.

Hij kijkt me nog steeds angstig aan en al snel veranderd dit naar hysterisch huilen. Wat moet je dan als moeder doen?

Daar gaan we dan, al klauterend als een te grote peuter door het speeltoestel om je kind er veilig uit te halen. Blij als ik binnen zijn handbereik ben, klamt mijn zoon zich aan mij vast.

Als wij onze weg terug aan het zoeken zijn, zie ik mijn moeder zitten met haar telefoon in haar handen. Met de camera op videofunctie. Bedankt mam.

Verkeerde deur!

image

Het is net droog als mijn dochter wakker wordt. Een uitstekend moment voor het eerste rondje kerstkaarten brengen.

Mijn dochter ligt tevreden in de wagen en mijn zoon heeft, zoals altijd, zin om te lopen.

Hij heeft al snel door hoe een brievenbus werkt en vindt het ook erg leuk om de kaartjes te horen vallen. We zijn nog niet bij de brievenbus weg als hij al om de volgende kaart vraagt en voor mij uit naar de volgende deur rent.

We zijn alweer een uurtje onderweg als het begint te regenen. Een goed voorbereide moeder als ik ben, begin met het plastic zeil over de wagen te spannen zodat mijn dochter droog blijft.

Als ik weer opsta zie ik het stapeltje kaarten door elkaar gehusseld liggen en mijn zoon komt van een willekeurige oprit af rennen. Oh chips…

Juij juij!

image

Ik loop met de kinderwagen over straat. Mijn zoon zit voorop en benoemd vrolijk alles wat hij ziet. Hij is graag buiten en dat valt goed aan hem te zien. 

Een vrachtwagen begint met zijn lampen te knipperen en toetert als deze mijn zoon voorbij rijdt en hij schatert het uit. Hij begint enthousiast te zwaaien naar een politiewagen die voorbij rijdt en de agente zwaait vrolijk terug. 

Een stukje verder is zijn enthousiasme plots weg als ons een dame tegemoet komt lopen die volgens hem niet genoeg aan de kant gaat. Juij juij! Krijgt de dame toe geroepen en het vingertje wijst dreigend haar kant op. Ik wenste dat ik een sjaal omhad om deze voor mijn gezicht te trekken.

We lopen verder en net als zijn enthousiasme weer aan het terugkomen is komt ons een auto voorbijgereden met de snelheid van het licht. Weer gaat zijn vinger dreigend omhoog en begint te roepen. Goed zo jongen, zeg het ze maar. 

De volgende ochtend wil ik met dezelfde kinderwagen de opvang binnen lopen. Een vader die voor mij liep laat de deur prompt voor onze neus dicht vallen. Voor de dichte deur roept mijn zoon “Juij juij!” en begint wild met zijn vinger te zwaaien. Wat deed ik? Ik deed hetzelfde. Hij heeft het toch niet van een vreemde?

Even boodschappen doen.

image

Het is druk in de winkel. Natuurlijk is het druk, het is zaterdagochtend! Wat bezielde me toch ook om met beide kinderen nu boodschappen te gaan doen. Ik kijk achter me en zie de mensen in de rij afwijzend met hun hoofd schudden.

Het was heerlijk weer buiten. Mijn man had nog wat te klussen in huis, dus om aan zijn tirades te ontsnappen ben ik gaan wandelen met de kleintjes.

Op de terugweg zag ik het kwaad er niet in om nog even wat boodschappen mee te nemen. Ik had immers alles bij me toch?

Eenmaal binnen zette mijn zoon het meteen op een lopen. Hij rende meteen naar de vleesafdeling om zijn plakje worst te claimen. Tevreden met zijn overwinning kroop hij weer in de wagen en ik kon weer verder.

Toen we alles hadden sloten we aan in de rij. Mijn dochter houdt niet van stilstaan en zo hoorde mijn tante dus ook dat we in de winkel aanwezig waren.

Ik was bijna aan de beurt en voorbereid als ik ben, wil ik mijn beurs al uit de tas gaan pakken.

Ik grabbel en het enige wat ik in mijn tas vindt is een luier. Maar geen beurs! Zelfs de telefoon ligt nog thuis!

De rij achter mij wordt langer en ik raak in paniek. De gedachte om er gewoon tussenuit te knijpen moet ik door de blokkades voor me laten varen.

Eenmaal aan de beurt vraag ik meteen mijn mogelijkheden aan de kassa dame en we komen tot het besluit dat ze de spullen alvast berekend en ik ze in de tas stop. Daaropvolgend een sprintje naar huis trek waar mijn man mij alweer uitlacht en zijn beurs geeft en ik dus binnen een mum van tijd in de rij kan aansluiten.

Eenmaal weer thuis gekomen zoek ik meteen mijn beurs en tevens een ketting om mee aan de tas vast te maken. Dit gaat me dus nooit meer gebeuren.