Als je kleingeld op is.

We zijn in het retailpark als mijn zoon aangeeft dat hij moet plassen. Ik weet dat er een openbare wc naast de lunchroom ligt, dus neem ik de kinderen mee die kant op.

Met mijn beurs in mijn handen sta ik voor het poortje dat ons de weg naar de wc belemmert. Hij vraagt om 70 cent en helaas heb ik er maar 50. Ik kijk om mij heen op zoek naar iemand die mij kan helpen. Helaas is het nog vroeg en zie ik niemand lopen. Zelfs de lunchroom is nog dicht.

Ik probeer een oplossing te bedenken als ik opeens mijn zoon aan de andere kant van het poortje zie staan.

“Als ik er gewoon onderdoor kan lopen, mag dat toch mama?” Vraagt hij mij.

Voor deze keer ben ik het helemaal met hem eens.

Mama, laat mij maar even


Ze gooit haar knuffel op de grond en gaat er boos naast zitten. Ik neem het haar niet kwalijk want ik ben ook echt een vreselijke moeder. Hoe kom ik er ook bij haar niet met het krukje voorbij al het porselein naar de kassa te laten lopen. 

Zoals iedere vreselijke moeder dit probleem oplost, zwaai ik haar gedag en loop met mijn zoon verder. Mijn zoon kwam mij in deze situaties dan altijd snel braaf achterna. Maar mijn dochter? Dat is een ander verhaal.

Ik loop de hoek om en verwacht dat ze begint te huilen. Maar het blijft verdacht stil. Ik kijk nog even stiekem en zie dat ze me met een uitdagende blik terug aankijkt. Snel duik ik weer weg. Mijn zoon slaakt een diepe zucht naast me. “Mama, laat mij maar. Ik haal haar wel.”

Binnen een paar seconden staat hij weer naast me. Hand in hand met mijn dochter.

Ik wil kijken mama.

Met een grote grijns op zijn gezicht staat hij nog steeds voor me. Ik heb al gevraagd of hij aan de kant wou gaan maar dat deed hij niet.

Met zijn zusje spelen was niet verleidend genoeg en het aanbod om dora te mogen kijken sloeg hij ook af. Zelfs de belofte om strakjes een extra rondje kikkerspel te spelen kon hem niet interesseren.

Het is natuurlijk veel leuker om mama lastig te vallen, dat snap ik ook wel. Maar deze mama vindt het echt niet prettig als ze net op de wc zit en er opeens een peuter voor haar neus staat.

Mijn broodje is op

Ze is helemaal verzot op de chocolade broodjes die ik voor onderweg heb meegenomen. Ze heeft de ze dan ook snel gespot en haar handjes in de “Geef maar hier” modus gezet. 

Al peuzelend geniet ze van de mooie natuur om haar heen en vertel ik haar wat ze allemaal ziet. Het duurt niet lang voor ze het kleine broodje op heeft en om een tweede vraagt. Het blije snoetje dat ik krijg als ik haar het broodje geef, is gewoon onbetaalbaar. 

Zo lopen we nog gezellig een stukje door als mijn dochter een half opgegeten broodje naar mij omhoog houdt.

“Mama op!” Zegt ze.

“Nee lieverd, die is nog lang niet op. Je bent pas halverwege.” 

Maar mijn antwoord bevalt haar helemaal niet. Ze kijkt me boos aan, trekt een pruillip en gooit met een demonstratief gebaar het boodje op de grond. 

“Mama.. Op..”

Ik wil slapen!


Het is een lange dag geweest voor mijn zoon en hij is dan ook behoorlijk moe.

Ik pluk hem van de bank en draag hem naar boven. Hij neemt zich nog niet meer eens de moeite om zich goed vast te houden. 

Bij zijn bed aangekomen, laat hij zich er meteen op vallen en wacht geduldig tot ik hem met zijn deken heb ingestopt.

Als ik naast zijn bed ga zitten en aan hem vraag hoe zijn dag was, slaakt hij een diepe zucht en rolt met zijn ogen.

“Mam, laat me nou slapen” 

Het traphekje


De kleren liggen in het rond en de wasmand ligt op z’n kop. Wat ben ik nu blij dat het om de vuile was gaat en niet de schone die ik zojuist gevouwen heb.

Het is ook nog niet eens de eerste keer vanavond dat ik over het traphekje struikelde. Al welgeteld de vierde keer dat mijn voet bleef hangen.

Mijn man komt mij helpen met de was en zet, voordat er nog meer ongelukken gebeuren, het traphekje open.

De kinderen liggen namelijk toch al lang op bed.

Zo oud als men zich voelt

Een dikke tien jaar geleden is het zeker dat ik haar voor het laatst heb gezien. 

Ik zie haar ook een beetje twijfelend kijken, maar de herkenning is er. Zij is, in tegenstelling tot mij, bijna niets veranderd. Ze was altijd al mooi om te zien en stond er altijd piekfijn op. 

Ik daarentegen liep in mijn pubertijd rond met paarse haren, overdadig veel kettingen, piercings, bandshirts en oversized broeken. 

Mijn normale outfit en haarkleur, een paar kilo zwaarder en ook nog eens twee kaakoperaties verder, zorgen vast voor de twijfel. Toch komt ze op mij afgelopen.

“Hey, dat is lang geleden! Je bent echt geen spat veranderd!”